vanrappard2Hoewel de totstandkoming van de Grondwet van 1848 de uitkomst is van een proces tussen koning, grondwetscommissie en Kamer, spelen op de achtergrond ambtenaren een belangrijke rol. Iemand die nadrukkelijk bij alle ontwikkelingen rond 1848 betrokken is, is Anthony van Rappard, directeur van het Kabinet des Konings.

 

Van advocaat tot ambtenaar

Na zijn rechtenstudie is Van Rappard (geboren in 1799 te Utrecht) kort advocaat, waarna een lange carrière in publieke dienst volgt. Hij begint als commies en werkt later als referendaris bij de afdeling Onderwijs van het ministerie van Binnenlandse Zaken. In april 1838 wordt hij benoemd als griffier van de Staatssecretarie onder Willem I, die later onder Willem II wordt vervangen door het Kabinet des Konings.

 

De koning benoemt Van Rappard als eerste directeur van deze nieuwe organisatie. Daarnaast benoemt Willem II hem tot secretaris van de ministerraad, waardoor hij als tussenpersoon tussen de koning en ministers een belangrijke positie in het staatsbestel krijgt. Van Rappard is discreet en volgt getrouw de instructies van de koning. Het is waarschijnlijk hierdoor dat deze laatste hem vertrouwt en bijzonder waardeert.

 

Revolutiejaar 1848

Willem II is lang afkerig van een grondwetsherziening, maar ziet onder druk van de liberale Kamerleden in dat er aanpassingen nodig zijn. In oktober 1847 geeft hij aan bereid te zijn een herziening toe te staan en stelt een grondwetscommissie in met Van Rappard als secretaris. Die gaat echter voorbij aan de belangrijkste punten van de liberalen: politieke ministeriële verantwoordelijkheid, directe verkiezingen en vrijheid van drukpers, vereniging en vergadering.

 

Wanneer de wetsontwerpen begin maart 1848 openbaar worden, is de publieke reactie dan ook afwijzend. De voorstellen gaan niet ver genoeg. Niet alleen in Nederland, ook elders in Europa doen de liberalen van zich spreken. Eind februari barsten in Parijs opstanden los en in verschillende Duitse staten breken protesten uit waarbij de vorsten concessies doen aan de liberalen. Wanneer ook in Nederland de onrust over de grondwetswijziging toeneemt, besluit Willem dan ook toe te geven.

 

Grondwetsherziening

Op 13 maart laat hij de voorzitter van de Tweede Kamer weten dat hij toch akkoord zal gaan met een liberale grondwet. De ministers treden af en Willem benoemt een nieuwe grondwetscommissie, waarin onder meer Thorbecke, Donker Curtius en Luzac zitting nemen. Donker Curtius eist daarbij dat de commissie ook een stem krijgt bij de invulling van de vrijgevallen ministersposten.

 

In eerste instantie verzet Van Rappard zich tegen dat voorstel en noemt het “een liberale staatsgreep”. Hij adviseert de koning om niet akkoord te gaan met het dubbele mandaat van de commissie, maar Willem legt het advies naast zich neer. Van Rappard accepteert vervolgens de lijn die de koning uitzet. Hij is aanwezig bij alle belangrijke gesprekken in maart 1848. Hij blijft de steun en toeverlaat van de koning en samen ijveren zij om de grondwetsherziening spoedig door beide Kamers te krijgen.

 

Aan het eind van 1848 bedanken de koning en Donker Curtius hem dan ook voor zijn steun en diensten in het voorbije jaar. Van Rappard blijft tot 1854 directeur van het Kabinet des Konings. In dat jaar wordt hij minister van Hervormde Eredienst, totdat hij in 1856 wordt benoemd als minister van Binnenlandse Zaken. Hij overlijdt in Utrecht op 1 april 1869.

 

Het belang van de nieuwe grondwet

De Grondwet van 1848 vormt de basis voor ons huidige staatsbestel. Het introduceert naast de eerdergenoemde politieke ministeriële verantwoordelijkheid en directe verkiezingen ook koninklijke onschendbaarheid, openbaarheid van vergadering en een grote uitbreiding van de rechten van beide Kamers, vrijheid van drukpers, onderwijs, vereniging en vergadering en scheiding van kerk en staat. Mede door het opreden van Van Rappard, die net als Willem II meebeweegt met de veranderende tijden, kan deze grondwet in november 1848 afgekondigd worden en verloopt dit jaar, anders dan in veel andere Europese staten, in Nederland relatief rustig.