Vandaag is het Koningsdag; een goede gelegenheid eens in Donkers contacten met het Koningshuis te duiken. Met zowel Willem I, II als III is hij in aanraking gekomen.

Willem I
Donker heeft de eerste koning uit het Oranjehuis één keer ontmoet. Op 25 augustus 1830 was Donker in Brussel waar hij gelijkgestemde Belgische liberale Kamerleden ontmoette. Toen die avond na een uitvoering van La muette de Portici in de Muntschouwburg de Belgische opstand uitbrak, spoedde Donker zich spoorslags naar Den Haag, waar hij nauwelijks bijgekomen van de reis om een audiëntie bij Willem I verzocht. Donker raadde de koning aan om aan de eisen van de opstandelingen tegemoet te komen. Toen de koning weigerde, sprak Donker de profetische woorden: ‘Sire, België is voor u verloren’. Dit was de eerste en enige keer dat beiden elkaar gesproken hebben. Enkele weken na hun ontmoeting heeft Donker Willem I nog wel een brief geschreven, waarin hij dezelfde woorden herhaalde. De koning reageerde hier niet op, en hield tot een jaar voor zijn aftreden vast aan zijn weigering België te erkennen. Vooral de enorme kosten van het leger dat op de been gehouden moest worden waren Donker een doorn in het oog.

Koning Willem II

Koning Willem II

Willem II
De contacten met Willem II waren intensiever. Aanvankelijk voerde de koning een liberaler beleid dan zijn voorganger en Donker diende de nieuwe koning onder meer van advies over rechtskundige kwesties. Donkers publiekelijke steun voor het voorstel tot grondwetsherziening van Thorbecke in 1844 en met name zijn oproep dit met petities te ondersteunen, schoot echter bij de koning in het verkeerde keelgat. Zijn vrouw en hij kregen niet langer uitnodigingen voor hofbals. Aan het einde van de jaren veertig, toen de koning inzag dat een grondwetsherziening onafwendbaar was, herstelde hij het contact en nodigde hij hem uit zitting te nemen in de herzieningscommissie. Donker, die daadkrachtig optrad en daarnaast op de hoogte was van allerlei afpersingszaken waar de koning bij betrokken was, verwierf al snel een invloedrijke positie. Volgens Donkers compagnon Blussé waren de koning en hij vanaf dat moment ‘vrienden geworden in den waren zin des woords’. De goede verstandhouding duurde niet lang: de koning overleed precies een jaar nadat hij de grondwetscommissie had ingesteld.

Willem III
Volgens de historicus De Bosch Kemper was de nieuwe koning Willem III ‘door een gevoel van kinderlijke liefde’ gehecht aan de ministers die zijn vader had benoemd. Met veel tegenzin accepteerde hij enkele maanden later Donkers aftreden en benoemde hij de door hem verafschuwde Thorbecke als minister. Na de aprilbeweging van 1853 zag Willem III kans om zich van Thorbecke te ontdoen en vroeg hij Donker weer als minister van Justitie. Ondanks het feit dat Willem III niet bekend stond als de Oranjevorst met de meeste tact, wist Donker in zijn gratie te blijven. Op momenten dat de koning echt te ver wilde gaan – zoals het inzetten van een kanonneerboot na een klein incident in Schiedam – protesteerde Donker echter fel. Dit belette een goede verhouding niet. Zo was hij één van de zeer weinigen die wisten van de scheiding van tafel en bed van de koning en zijn vrouw Sophie.

Ondanks dat Donker door zijn tegenstanders is weggezet als Jacobijn of republikein, beschouwde hij zichzelf als monarchist. Hij noemde zijn grondwetsontwerp in 1840 ‘monarchaler’ dan dat van Thorbecke. De Oranjekoningen, hoewel ze eerst hun aarzelingen hadden tegenover Donker als radicaal, zagen dat ten slotte in.